Juf Rita pcbs 't Mozaïek
 
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)

 

3 Cirkels in verschillende grootte. Dikke rand wasco eromheen en naar binnen vegen. De cirkels met een blokje ertussen op elkaar plakken.

 

Knipoefening en maak er een leuke sneeuwman van
Wanten (stukjes vloeipapier en stempelen met spons)

Juf Joyce

JUF SASKIA

Dag meneer de sneeuwman,
waar kom je vandaan ?

Dag meneer de sneeuwman,
blijf maar staan. 

Hier is een bezem, een das en een hoed.

Dag meneer de sneeuwman,
het staat je goed.

Sneeuwpoppen, ontstaan uit letters van de namen
Memory IJskristallen (visuele discriminatie)

jachtsneeuw = fijne sneeuw bij sterke wind
stuifsneeuw = door de wind weggeblazen sneeuw
poedersneeuw = heel fijne sneeuw waar je geen ballen van kunt maken
plaksneeuw = prima om sneeuwballen van te maken
kunstsneeuw =  te koop in zakjes
spuitsneeuw = uit een spuitbus
natte sneeuw = smeltende sneeuw

JUF LIES

 

Er hangen pegeltjes van ijs

aan de randen van het dak.

Er hangen pegeltjes van ijs

aan een grote dikke tak.

Miljoenen kegeltjes van ijs

Koning Winter wordt bedankt!

Het lijkt wel of de wereld

vol met waterijsjes hangt.

 

 

Een bus scheerschuim en twee kopjes bloem en je krijgt deze sensatie!

 

(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
Meten : sjaals van kort naar lang. Welke is de langste ?

 

Wat heb je nodig:

– een dobbelsteen per groepje leerlingen

– kleurpotloden en tekenpotlood

– werkblad

Hoe werkt het?

Om de beurt met de dobbelsteen gooien.

Het aantal ogen op de dobbelsteen tellen en kijken wat je mag tekenen.

Wie heeft als eerst een aangeklede sneeuwpop?

 

 

Probeer 10 sneeuwballen in de bak te gooien. Tel de ballen in de bak, hoeveel liggen er dan naast?

 

JUF LIES

Geef elk paar een andere kleur.

De licht grijze cijfers betekenen wit!

Kleuterdans op 't Mozaïek: schaatsen op het water

De boom in de tuin,

rilt van wortel tot kruin.

Wat heeft hij het koud

tot diep in zijn hout.

 

Zonder zijn blaadjes

is hij zo bloot.

Als dit zo doorgaat,

vriest hij nog dood.

 

Van de zomer stond hij

nog vol in het blad.

Gek hoor, daar had hij

nu meer aan gehad.

 

Ging het maar sneeuwen,

wat lijkt me dat fijn.

Dan zou het een boom

met een bontjas aan zijn.