juf Rita pcbs 't Mozaïek
 
(Advertentie)
(Advertentie)
(Advertentie)
Foto's coöperatieve werkvormen rondom het thema kerst
(Advertentie)
Meten:hoeveel kinderen passen er van raam tot muur?
(Advertentie)
Maak een rij in de goede volgorde Wie zijn je buurmannen?

COOP de muziek speelt en de kinderen lopen door elkaar. Als de muziek stopt maak je zo snel mogelijk een goede getalrij.

Met de vouwdobbelsteen sommen automatiseren

Alle kinderen krijgen een kaartje met daarop een cijfer  (0 t/m 20). Zij wandelen rond tot het teken van de juf. Ze zoeken een maatje en vertellen elkaar welk cijfer de ander heeft. Weet je maatje wat er op jouw kaartje staat ?

Daarna overleggen welk getal het grootste is. Als ze dit hebben gedaan ruilen ze de kaartjes,bedanken elkaar en gaan op zoek naar een ander.

Cijferkaarten met hoeveelheden- mix en koppel
Raad mijn getal en op de getallenlijn zetten.

Iedereen een briefje met een getal op de rug, maar je weet zelf niet welk getal. Door goede vragen te stellen aan de anderen, kom je er achter welk getal het is. Als het getal goed is, mag je het op het bord op de getallenlijn zetten.

Met de werkvorm ‘Ik heb, wie heeft’?  oefen je met de hele groep onderwerpen die geautomatiseerd moeten worden. 

Verdeel de kaartjes over de kinderen. De activiteit begint bij een willekeurig kind. Hij of zij leest de 'wie heeft ...' vraag voor. De leerling die op zijn kaartje het antwoord op de vraag heeft staan, is als volgende aan de beurt en leest zijn 'ik heb...' antwoord en vraag. Zo gaat het spel verder tot alle kaartjes aan de beurt zijn geweest.

Vormen en kleuren oefenen: Ik heb, wie heeft?
Ik heb, wie heeft...? - dobbelstenen 1-12
Ik heb, wie heeft...? - geld tot € 20
Coöperatieve werkvorm rekenen : waar of niet waar ?
Ik heb...Wie heeft (tafels 1 t/m 4 en 10)
Er zijn 7 sleutels voor het succesvol integreren van coöperatieve leerstrategieën.
Het vliegermepperspel om letters of cijfrs mee aan te leren.

Neem een groot, wit laken of een groot stuk behang. Teken hierop een heleboel insecten, bijv. allemaal kevers. Schrijf in elk insect een letter of een cijfer.
Nu kunnen de kinderen hier in 3-tallen een spel mee gaan spelen.
Eén kind noemt een letter of een cijfer. De andere 2 kinderen hebben beiden een vliegenmepper in de hand en zoeken zo snel mogelijk de juiste uitkomst. Ze meppen hierop. Het kind dat het eerst mept, heeft een insect gewonnen. Maak hiervoor kleine kaartjes met insecten erop die je gelamineerd hebt.

Woordenrace.
Kinderen worden verdeeld in groepjes. De leerkracht zet drie of vier categorieën op het bord. De kinderen krijgen twee minuten om zoveel mogelijk woorden op te schrijven.
Rijmmix en andere activiteiten (juf Linda)
Dubbelklanken oefenen met een kikkerbekje

Verdeel de kinderen in twee groepen. Elk kind krijgt een vel papier op de borst met een letter. Zeg een woord en de letterkinderen moeten dan zo snel mogelijk in de goede volgorde gaan staan. De groep die het eerste klaar is wint.

Wil je snel gaan, ga alleen. Wil je ver komen, ga samen.

De kinderen krijgen begin van de week een blad mee naar huis. Iedere dag lezen zij een aantal bladzijden van een zelf gekozen boek en noteren dit op het blad. Op zondag noteren ze het totaal aantal kilometers van de hele week en nemen ze op maandag het blad weer mee naar school.

Alle kilometers van de hele klas optellen en per week noteren. Op deze manier zien kinderen ook hun gezamenlijke vorderingen. Door er een groepsbeloning aan te koppelen (bijvoorbeeld extra buitenspelen, een spel kiezen tijdens de gymles of tien minuten vrije tijd) stimuleer je de hele groep om goed te presteren.

COOP de muziek speelt en de kinderen lopen door elkaar. Als de muziek stopt maak je zo snel mogelijk een goede getalrij

Posters coöperatieve werkvormen – juf Jantine

(Advertentie)
(Advertentie)
Wat is de rol van de lk binnen het coöperatief leren
Mooie voorbeelden rondom coöperatief leren
Samen werken, samen leren ! (allerlei activiteiten)
Bij coöperatief leren zijn er zeventien werkvormen die de leerkracht kan inzetten. In dit artikel worden ze één voor één behandeld.

Warming-up ! Iedere leerling krijgt een tennisbal met een uniek nummer. Gooi de tennisballen door de zaal. De kinderen gaan op zoek, hebben ze het gevonden, dan roepen ze 'BINGO'. Ballen met een ander nummer mogen ze weggooien !

Geef de hoepel door;de handen blijven vast

Geef de hoepel door in de kring, maar dan zonder de handen los te laten !

Kind 1 krijgt een kaartje met een plaatje erop. Hij/zij moet dit plaatje zo omschrijven dat kind 2 het kan natekenen. Hierbij leren ze goed naar elkaar luisteren en goede vragen bedenken.

Geef ieder kind een spelblad. Daarop staat een schema met negen hokjes. In ieder hokje wordt gevraagd naar een bepaald kernmerk of eigenschap. Op het teken van de leerkracht lopen de kinderen door de klas en spreken klasgenoten aan om erachter te komen of zij die eigenschap hebben. Zo ja, dan schrijven ze die naam in het hokje. Zo nee, dan proberen ze het bij iemand anders. Zo gaat het door tot de eerste paar leerlingen hun spelblad vol hebben. Er mag geen naam meer dan een (of twee) keer op het blaadje mag staan.

Doelen zijn samenwerken, communicatie op gang brengen, luisteren naar elkaar.

Gooi en geef antwoord op de vraag die je leest.

Ik ben trots op..

Nu kan ik…

Wat ik morgen wil proberen is…

Het leukste was…

Vandaag leerde ik…

Het moeilijkste was…

Beheers je deze sommen nu? De kinderen geven zelf aan hoe goed ze het snappen.