juf Rita pcbs 't Mozaïek
 
(Advertentie)
(Advertentie)

Zeg hardop het woord.

Schrijf op wat je hoort.

Zeg hardop het woord.

Schrijf op wat je hoort.

Zeg het woord hardop, luister goed.

Schrijf op wat je hoort.

 

Je kunt niet goed horen of je een s/z of f/v vooraan moet schrijven. Deze woorden moet je onthouden. 

 

Je kunt niet horen met welke ei/ij of au/ou je een woord moet schrijven. Die woorden moet je onthouden.

Hoor je aan het eind van het woord een t ? 

Maak het woord dan langer. 

Dan hoor je of je een d of een t moet schrijven.

Woorden die eindigen op -acht, -echt, -icht, -ocht of -ucht schrijf je altijd met cht.

 

In veel woorden hoor je een u achteraan, maar je schrijft een e.

Zeg hardop het woord. 

 

Schrijf op wat je hoort.

 

eu - ie - ij - oe - ou - ui

 

(de ei en de au komen bij een andere spellingregel aan bod )

 

 

 

 

Zeg hardop het woord.

Schrijf op wat je hoort.

Je hoort een tussen -u, maar die schrijft het niet.

Zeg het woord hardop, luister goed. Schrijf op wat je hoort.

Bij deze woorden kun je de ee, oo en eu niet zo goed horen. Je schrijft ze wel.

(deur, boor, weer, hoor, zeer, kleur etc.)

In veel woorden hoor je een u achteraan, maar je schrijft een e.

Woorden met –eeuw, -ieuw, -uw.

Als de w de laatste letter van een klankgroep is, komt er altijd een u voor.

(Advertentie)
(Advertentie)

Zeg hardop het woord.

Schrijf op wat je hoort.

ng en nk horen bij elkaar.

Tussen de n en de k komt nooit een g.

Woorden met –aai, -ooi en –oei.

Aai, ooi en oei zijn vaste klankgroepen. Je schrijft ze altijd zo.

Verkleinwoorden.

Hoor je achteraan –je, -tje, of –pje, schrijf dan eerst het woord gewoon.

Een lange klank aan het eind van een klankgroep .

Is de klank lang, zet er dan één op de gang.